‘Hebben jullie ruzie?’ ‘Nee hoor, we hebben een conflict geen ruzie.’ ‘Nou, zo klinkt het zwaarder dan het is, we hebben een meningsverschil’ ‘Jaja, ik hoor het al, het is waarschijnlijk allemaal gewoon een misverstand.’

Het is vaak al een discussie op zich om te bepalen wat er nu precies aan de hand is wanneer je met elkaar in discussie belandt. Want wat is nu eigenlijk het verschil tussen een misverstand, meningsverschil en een conflict? En is het eigenlijk wel belangrijk om te weten wat er aan de hand is? Je wilt het toch gewoon oplossen? Dat oplossen gaat echter een stuk gemakkelijker als je je bewust bent van de reden dat je met elkaar in discussie bent beland. Gebaseerd op het boek Discursieve vaardigheden van Victor van den Bersselaar en Klaas J. Hoekstra, voorziet dit artikel van meer inzicht in het verschil tussen misverstanden en meningsverschillen en de manier waarop je ze het beste kunt oplossen. Ten slotte wordt nog kort aandacht besteed aan de verhouding tussen meningsverschillen en conflicten en hoe deze definiëring je kan helpen om op constructieve wijze om te gaan met conflicten waar je onverhoopt deelnemer van bent geworden.

Duidelijkheid in uitingsvormen

Waar onduidelijkheid bestaat, ontstaan misverstanden. Ongecorrigeerd kunnen deze misverstanden uitlopen in de meest aangrijpende conflicten. Reden genoeg om in iedere vorm van communicatie zo duidelijk mogelijk te zijn en zo misverstanden te voorkomen. Hiervoor is het van belang om je te realiseren dat er drie menselijke uitingsvormen zijn, namelijk: handelingen, expressies (alle manieren waarop iemand uiting kan geven aan zijn gemoed) en taal. Deze verschillende uitingsvormen beïnvloeden ieders interpretatie over en weer. Wanneer ze op elkaar aansluiten creëren ze gezamenlijk meer duidelijkheid. Wanneer ze echter strijdig zijn met elkaar, creëren ze juist onduidelijkheid en werken ze misverstanden in de hand.

Van de drie is taal de meest expliciete uitingsvorm van de mens. Daarmee is het vaak de begeleidende en verduidelijkende uitingsvorm bij de overige twee. Taal kan ruwweg drie verschillende functies vervullen. De eerste functie is descriptief, waarbij de taal gebruikt wordt om iets te beschrijven of mede te delen. De tweede is een regulatieve functie. Dit is een hele praktische functie die gebruikt wordt om iemand tot een bepaalde actie te brengen of juist om een actie te voorkomen. Ten slotte kan taal een evaluatieve functie vervullen, waarbij er een waardering wordt uitgedrukt voor iets of iemand. Meestal vervullen taalhandelingen twee of wel drie functies tegelijk en moet de toehoorder zelf opmaken welke functie er overheerst. Hoe duidelijker de spreker de primaire functie laat doorschemeren in wat hij zegt, hoe duidelijker zijn boodschap zal overkomen. Zo kun je doorgaans al heel wat misverstanden voorkomen.

In de praktijk laten mensen (bewust of onbewust) in het midden welke taalfunctie hun uitspraak moet vervullen. Zo spreken ze op beschrijvende wijze bijvoorbeeld een verkapte waardering uit. Op deze manier kun je op subtiele wijze een suggestie wekken waar de toehoorder zijn eigen conclusies uit kan trekken, maar ook onduidelijkheid creëren of zelfs ergernis opwekken. Deze vertroebeling van taalfuncties wordt in conflict escalatie vaak toegepast om een verdekte aanval te doen op de ander. De spreekwoordelijke “steek onder water” (1.

Misverstanden

Er zijn ruwweg twee soorten misverstanden te onderscheiden. We spreken van elementaire misverstanden wanneer iemand het niet goed verstaan heeft, een woord niet kent of de taal niet verstaat. Om een dergelijk misverstand op te lossen hoeft er geen discussie gevoerd te worden. De oplossing ligt in enkelvoudige handelingen als herhaling of uitleg. Dit soort misverstanden beperken zich overigens niet tot taal. Wanneer een man zijn vrouw naar een ander ziet knipogen zal hij hierover ontstemd zijn totdat hij ziet dat er een vliegje in haar oog zit. Wanneer iemand je water uit het raam ziet gieten zal hij wellicht niet begrijpen waarom je dat doet, totdat je uitlegt dat er een plantenbak vol bloemen onder het raam hangt. Elementaire misverstanden komen vaak en op uiteenlopende manieren voor. Ongecorrigeerd kunnen ze uitlopen op grote conflicten, zoals je je kunt voorstellen in het voorbeeld van de “knipogende vrouw”.

De tweede soort misverstanden komt vaker voor en vraagt iets meer inzet om opgehelderd te worden. Dit zijn verbalen misverstanden. Door dubbelzinnigheid van woorden en uitspraken kunnen er misverstanden ontstaan over de precieze interpretatie. Hierbij bestaat de verwarring niet alleen bij de toehoorder, maar aan beide kanten. Deze misverstanden kunnen alleen opgelost worden door naar elkaars interpretatie te vragen. Doorgaans hebben mensen echter niet of laat door dat zij van andere interpretaties uitgaan. Daardoor lijkt het alsof ze meningsverschil hebben, terwijl het in werkelijkheid een verbaal misverstand is.

Over het algemeen zou je kunnen zeggen dat verbale misverstanden opgelost kunnen worden door precisering. Dit houdt in dat onduidelijke, vage of dubbelzinnige formuleringen die verschillende interpretaties toelaten vervangen worden door eenduidige formuleringen die de beoogde interpretatie duidelijk naar voren brengen. Je wordt dus preciezer in je formulering op het gebied van begripsvorming en/of communicatieve lading.

Meningsverschillen

In tegenstelling tot misverstanden vragen meningsverschillen enige vorm van discussie om opgelost te kunnen worden. Er zijn drie soorten meningsverschillen te onderscheiden. De eerste is het verbaal meningsverschil. In principe is dit hetzelfde als een verbaal misverstand, maar bij een verbaal meningsverschil ligt de oplossing er niet in om kenbaar te maken welke interpretatie je bedoelde. Bij een verbaal meningsverschil gaat het er specifiek om welke interpretatie door alle betrokken partijen als juist geaccepteerd wordt. Er zal doorgaans enige discussie nodig zijn om tot een gedeelde interpretatie te kunnen komen bij een verbaal meningsverschil. Houdt echter in gedachte dat de specifieke interpretatie op zichzelf haast nooit het einddoel is, maar slechts als middel dient om tot heldere communicatie en het eigenlijke doel te komen. Wanneer het niet noodzakelijk is om een gezamenlijke interpretatie overeen te komen, kun je dit beter laten voor wat het is en je richten op dat wat je werkelijk over wilt brengen en overeen wilt komen.

De tweede variant is het zakelijk meningsverschil. Deze komt het meeste voor en verdient ook de meeste aandacht omdat uit zakelijke meningsverschillen de meeste conflicten voortkomen. Bij een zakelijk meningsverschil hebben de partijen onderling een afwijkend beeld van de feiten. Alle partijen geloven het gelijk aan hun kant te hebben. Soms komt een zakelijk meningsverschil pas duidelijk in beeld als een verbaal meningsverschil of misverstand is opgelost.

Ten slotte heb je nog het evaluatief meningsverschil. Dit speelt op wanneer de betrokkenen afwijkende beoordelingsmaatstaven hanteren.

Om een meningsverschil op te lossen zal je niet moeten preciseren, maar moeten specificeren. Dit betekend dat je (over en weer) meer informatie moet geven over de stand van zaken of de betekenis van een term. Op die manier kun je wellicht naar een gezamenlijk en eenduidig beeld toewerken. Bij een evaluatief meningsverschil zal het altijd moeilijk zijn om tot een eenduidige betekenis te komen, omdat evaluatieve termen van zichzelf al heel subjectief zijn.

Tip: wanneer je het lastig vindt om preciseren en specificeren uit elkaar te houden, kun je de volgende vuistregel hanteren: bij preciseren leg je uit WAT je zegt, bij specificeren leg je uit WAAROM je het zegt.

Conflicten

Wanneer spreek je dan niet meer van een meningsverschil, maar van een conflict? In de praktijk lijkt dit een hele dunne scheidslijn te zijn. In het algemeen kun je spreken van een conflict wanneer de belangen van de betrokken partijen onverenigbaar lijken en deze onverenigbaarheid niet kan of mag voortbestaan. Op dat moment is het niet meer voldoende om jouw kant van het verhaal duidelijk te maken aan de ander, maar heb je er direct belang bij dat de ander zich aansluit bij jouw kant van het verhaal.

Het zijn precies deze belangen die er over en weer zijn, waar de sleutel tot een oplossing ligt. Meestal verzand je bij een conflict in een strijd om het gelijk, maar het is veel interessanter én constructiever om naar elkaars achterliggende belangen te kijken. Waarom wil de ander dat je je bij zijn standpunt aansluit? Waarom wil jij dat? In de praktijk zal je zien dat het vaak vele malen makkelijker is om op elkaars belangen aan te sluiten, dan op elkaars standpunten. En daarmee beweeg je je gezamenlijk en in een rechte lijn richting werkbare oplossingen.

Sophie de Rie

 

 

1) In conflictescalatie noemen we dit soort verdekte aanvallen op de ander Deniable Punishment Behaviour. Zie voor meer informatie in de bibliotheek onder ‘modellen’ ook het escalatiemodel